Panna cotta met aardbeiensaus

 

Panna cotta is een Italiaans nagerecht, wat letterlijk gekookte room betekent. Het komt van oorsprong uit de noord Italiaanse regio Piemont. De basis ingrediënten zijn room, suiker en gelatine. Vaak wordt het geserveerd met fruit. De kunst van een goede panna cotta maken is precies genoeg gelatine te gebruiken dat hij mooi op stijft, maar toch zijdezacht blijft. Vind je het storten teveel gedoe, kan je ze natuurlijk ook gewoon in glaasjes serveren. Je maakt ze een dag van te voren, dus handig als je bijv een etentje hebt. Het is ook nog eens heel gemakkelijk te maken.

 

Benodigdheden

 

500 ml slagroom

50 gram suiker

4 gelatine blaadjes

1 vanille stokje

 

Voor de aardbei saus

 

Aardbeien

suiker

 

Bereidingswijze

 

Week de gelatineblaadjes in ruim koud water. Snijd het vanillestokje open en schraap het merg eruit. Doe het merg en het stokje samen met de slagroom en suiker in een steelpan en breng dit aan de kook. Haal als de slagroom kookt deze meteen van het vuur en los de geweekte gelatine daarin op. Giet het roommengsel in glaasjes en laat ze minimaal 3 uur opstijven in de koelkast. Ik laat ze een nacht opstijven.

 

Voor de aardbei saus zet ik aardbeien op met wat suiker. Op laag vuur. door de warmte gaan de aardbeien hun vocht loslaten, en krijg je een mooie saus. Laat ze op heel klein vuur, 15 tot 20 minuten heel zacht koken. Draai het vuur uit, en laat wat afkoelen, daarna zet je de saus in de koelkast tot je het gaat gebruiken.

 

De panna cotta in de glaasjes kan zo geserveerd worden, maar je kan ze ook storten. Dompel daar voor de glaasjes enkele seconden in een bakje met heet water (kijk uit dat er geen water bij de panna cotta komt) en haal deze er dan weer uit. Maak met een scherp mes de bovenkant rondom los en stort deze vervolgens op een bordje. Schep wat van de aardbeien saus rondom.